GGz over op prestatiebekostiging
In 2013 stapt de tweedelijns curatieve GGz over op prestatiebekostiging. Het huidige systeem is hybride en onoverzichtelijk. De overstap zorgt voor een vermindering van administratieve lasten en creëert meer ruimte om te onderhandelen. Om abrupte veranderingen in de inkomsten te voorkomen wordt 2013 een overgangsjaar. Dat schrijft minister Schippers in een brief aan de Tweede Kamer.
Kamerbrief
Prestatiebekostiging is persoonsgebonden en stimuleert daarmee het bieden van goede en doelmatige zorg voor de patiënt: in de buurt als dat kan, in de gespecialiseerde GGz als dat moet. Minister Schippers van VWS heeft op 21 februari in een brief de Tweede Kamer geïnformeerd over de invoering van prestatiebekostiging in de GGz. Het is een onderdeel van integrale bestuurlijke afspraken over een brede inhoudelijke beleidsagenda, die zij met de GGZ-sector, patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars aan het maken is.
Minder administratieve lasten
Op dit moment verkeert de GGz-sector tussen een aanbodgereguleerd en een vraaggestuurd systeem De meeste instellingen worden deels gefinancierd via een budget op basis van AWBZ-parameters en deels via declaraties op basis van DBC’s (diagnosebehandelcombinaties). Zij onderhandelen met een vertegenwoordiger van de zorgverzekeraars. Bij enkele instellingen is sprake van een volledige prestatiebekostiging. Zij onderhandelen met individuele verzekeraars. Dit hybride systeem is niet transparant en leidt tot dubbele administratieve lasten en een ongelijk speelveld.
Meer ruimte voor onderhandelen
De huidige DBC-tarieven, die gebaseerd zijn op de gemiddelde kosten, worden in 2013 vervangen door bandbreedtetarieven. Daardoor ontstaat ruimte om te onderhandelen over passende tarieven voor zware en minder zware vormen van zorg.
Overgangsjaar
Invoering van prestatiebekostiging moet verantwoord en behoedzaam gebeuren. De minister wil abrupte veranderingen in opbrengsten door de overstap van budgettering naar prestatiebekostiging voorkomen. Om die reden wordt 2013 een overgangsjaar, waarin voor instellingen het verschil wordt gedempt tussen inkomsten uit het oude en uit het nieuwe systeem.
