16 maart 2026

Reikwijdte Jeugdwet: geef je mening!

De komende tijd verandert er veel in de jeugdzorg. Het kabinet wil dat minder jongeren gebruikmaken van jeugdzorg. Daarom wordt de wet aangepast. Daardoor kan veranderen wie jeugdzorg kan krijgen en hoe jeugdzorg wordt georganiseerd.

Het is belangrijk dat jongeren en ouders hierover meepraten. Op deze pagina leggen we kort uit wat deze nieuwe wet betekent en hoe je jouw mening kunt geven.

De ‘wet reikwijdte’

De afgelopen jaren maken steeds meer jongeren gebruik van jeugdzorg. Gemeenten betalen deze zorg en veel gemeenten hebben daardoor financiële problemen. De regering wil daarom dat minder jongeren in de jeugdzorg terechtkomen en dat hulp vooral beschikbaar blijft voor jongeren met de zwaarste problemen.

Volgens het kabinet zijn lichte vormen van jeugdhulp vaak niet passend of helpen ze te weinig. Problemen zouden vaker thuis, op school of in de buurt moeten worden opgelost, met hulp van bijvoorbeeld een lokaal team.

Daarom wordt de belangrijkste wet voor de jeugdzorg aangepast: de Jeugdwet. Deze wijziging heet de wet reikwijdte.

Reikwijdte betekent: hoe ver gemeenten moeten gaan in het aanbieden van hulp. Met andere woorden: voor welke jongeren gemeenten straks verplicht jeugdzorg moeten regelen en voor welke niet.

De wet reikwijdte is onderdeel van een groter pakket aan veranderingen in de jeugdzorg: de Hervormingsagenda Jeugd. Deze agenda moet ervoor zorgen dat passende zorg beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare jongeren. Tegelijkertijd is het doel om minder geld uit te geven aan jeugdzorg.

Cliëntenbelang maakt zich zorgen over wat deze veranderingen kunnen betekenen voor jongeren en gezinnen. Hieronder staan tien belangrijke punten die in de nieuwe wet veranderen.

  1. Plan voor opvoeden en opgroeien: gemeenten moeten een plan gaan opstellen voor hoe ze ervoor zorgen dat kinderen en jongeren goed kunnen opgroeien. Daarvoor moeten er jongerenwerkers zijn, en plekken waar jongeren en ouders makkelijk terecht kunnen. Bijvoorbeeld de bibliotheek, maar ook sportclubs. Gemeenten moeten hierover afspraken maken met belangrijke organisaties, zoals school, de kinderopvang en jeugdgezondheidszorg. 

  2. Lokale teams: sommige gemeenten werken voor jeugdzorg al met een lokaal team. Alle gemeenten worden verplicht om te werken met een lokaal team. Jongeren en ouders moeten makkelijk bij deze lokale teams terechtkunnen, zowel online als in je buurt. Zij helpen je dan met informatie en advies en helpt je om jeugdzorg te krijgen als dit nodig is.  

Ook kan het lokale team zelf jeugdzorg verlenen. Gemeenten mogen bepalen of dit alleen gaat om lichte of ook zware jeugdzorg. Voor lichte jeugdzorg hoef je geen verwijzing te krijgen, voor zware wel. Een verwijzing kan je dan krijgen van het lokale team. 

  1. Onderwijs: school en jeugdzorg moeten beter worden verbonden. Scholen gaan daarom samenwerken met de lokale teams. Gemeenten moeten hier plannen voor maken. Als je op school tegen een probleem aanloopt, moet je school gemakkelijk het lokale team om hulp kunnen vragen. 

  2. Verwijzing naar (zware) jeugdzorg: de wet maakt een verschil tussen lichtere en zwaardere (aanvullende) jeugdzorg. Er staat niet in de wet wat licht en zwaar precies betekent. Dat mogen gemeenten gaan bepalen. Om zwaardere jeugdzorg te krijgen, zal je een verwijzing nodig hebben. Het is de bedoeling dat je vooral bij het lokale team terecht kan voor een verwijzing. Daarvoor voert het lokale team onderzoek uit, onder andere naar wat je (hulp)vraag precies is, hoe ernstig je probleem is, wat je zelf wel en niet kan doen en welke hulp/jeugdzorg passend is. In de wet staan drie begrippen die voor dit onderzoek belangrijk zijn:  

1) Ernst: (zware) jeugdzorg wordt alleen gegeven als een probleem ernstig genoeg is. De professional in het lokale team bepaalt dit zelf.  

2) Gebruikelijke hulp: professionals kijken of de hulp, waar een jongere of diens ouders om vragen, ook door de ouders zelf gegeven kan worden. Tot op bepaalde hoogte wordt er namelijk van ouders verwacht dat zij zelf hun kind helpen, omdat dat deel is van de opvoeding. Dit wordt ‘gebruikelijke hulp’ genoemd. Welke ‘gebruikelijke hulp’ precies van ouders kan worden verwacht, wil de regering later bepalen, nadat de wet is aangenomen.  

3) Eigen kracht: professionals kijken ook naar of een probleem kan worden opgelost met de ‘eigen kracht’ van een jongere en de ouders. Gemeenten moeten regels opstellen voor hoe een professional kijkt naar deze eigen kracht, bij de vraag of iemand jeugdzorg moet krijgen. Een gemeente mag dan bijvoorbeeld ook kijken naar of ouders minder kunnen gaan werken, als dat betekent dat zij zo beter kunnen helpen bij de problemen van hun kind. 

  1. Eerst lichte jeugdzorg en groepshulp: lichte jeugdzorg (waarvoor geen verwijzing nodig is) wordt ‘voorliggend’ op zwaardere jeugdzorg. Dat betekent dat je niet bij zwaardere jeugdzorg terecht kan als er ook lichtere hulp moet worden ingezet. Dit betekent niet dat je eerst lichtere jeugdzorg moet krijgen, voordat je zwaardere jeugdzorg kan krijgen. Als de professional vindt dat het passender is om direct zwaardere jeugdzorg te krijgen, dan kan dat. Hetzelfde geldt voor groepshulp. Als er passende groepshulp is, kan je niet terecht voor individuele hulp. Tenzij de professional vindt dat individuele hulp passender is. 

  2. Hulp vanuit de juiste plek: soms kloppen jongeren en ouders aan bij jeugdzorg met een vraag die niet direct door jeugdzorg is op te lossen. Bijvoorbeeld als het gaat om armoede, wonen of schulden. Het lokale team zorgt er dan voor dat er vanuit de juiste organisatie hulp wordt aangeboden. 

  3. Heroverwegen jeugdzorg: de gemeente moet vaker opnieuw bepalen of een jongere die in de jeugdzorg zit, nog steeds jeugdzorg nodig heeft. Per jongere wordt bepaald hoe vaak dit moet gebeuren. 

  4. Zorgvormen: later, wanneer de wet is aangenomen, wil de regering bepalen welke (niet passende of goed werkende) vormen van zorg en hulp sowieso niet meer als jeugdzorg aangeboden mogen worden. We weten nog niet om welke zorgvormen dit gaat. 

  5. Huisartsen: op dit moment mogen huisartsen en jeugdartsen een verwijzing naar jeugdzorg geven. 40% van de jongeren in de jeugdzorg komt hier via de huisarts terecht. Huisartsen moeten in de nieuwe wet afspraken maken met de gemeente over hoe zij doorverwijzen naar jeugdzorg. Wel worden de mogelijkheden van huisartsen om te verwijzen naar jeugdzorg beperkt. Zodra er genoeg (sterke) lokale teams in Nederland zijn, zal de regering besluiten dat huisartsen alleen nog maar door mogen verwijzen naar een lokaal team. De lokale teams moeten dan een verwijzing geven voor (zwaardere) jeugdzorg. 

  6. Trajectduur: jongeren die in jeugdzorg zitten, zitten langer in jeugdzorg dan vroeger. Gemeenten moeten daarom met zorgaanbieders bij het inkopen van jeugdzorg afspraken gaan maken over hoe lang jeugdzorgtrajecten mogen zijn. Gemeenten mogen zelf bepalen hoe deze afspraken eruit zien. 

Laat je stem horen

De eerste versie van de wet staat nu online in een internetconsultatie. Tot 13 april kan iedereen reageren op het wetsvoorstel.

Je kunt jouw mening geven via een website. Daar worden vier vragen gesteld, bijvoorbeeld:

  • Welke suggesties heb je voor de wet?
  • Denk je dat jouw gemeente al een sterk lokaal team heeft?
  • Wat vind je van mogelijke verschillen tussen gemeenten?
  • Wat vind je van groepshulp in de jeugdzorg?

Je hoeft niet alle vragen te beantwoorden. Reageer vooral op wat jij belangrijk vindt of waar je ervaring mee hebt.

Je kunt reageren via deze link:
https://www.internetconsultatie.nl/reikwijdtejeugdwet/b1

 

Terug naar het nieuwsoverzicht »

Gesprek laden

Deel dit artikel