19 maart 2020

Soepel over naar een andere hulpverlener

Vanaf volgend jaar wordt de Wmo-zorg in Amsterdam anders georganiseerd. Dat betekent dat veel cliënten die thuis ambulante ondersteuning krijgen, moeten wisselen van hulpverlener. Hoe dat zo zorgvuldig mogelijk kan gaan, is het onderwerp van onze  notitie ‘Een warme overdracht’. Het vraagt tijd en zorg om mensen bij zo’n verandering te begeleiden, zodat ze niet teveel ontregeld raken.

 

Fatima Ouariachi, senior beleidsmedewerker Wmo bij Cliëntenbelang: “Vanaf volgend jaar komen er in elk stadsdeel meerdere buurtteams. Deze buurtteams bieden straks 80% van de  ambulante ondersteuning. Daardoor zullen veel cliënten die nu ambulante ondersteuning krijgen, van hulpverlener moeten wisselen. Dat kan voor mensen een afscheid betekenen van hun vertrouwde hulpverlener."


Vertrouwensrelatie belangrijk

Voor cliënten is de vertrouwensrelatie met hun hulpverlener belangrijk. Als die verandert, kan het mensen onzeker maken of zelfs in verwarring brengen. Daarom hebben we op papier gezet waaraan een warme overdracht naar een nieuwe hulpverlener volgens ons moet voldoen. Dit bespreken we in de projectteams met de gemeente en zorgorganisaties. We nemen vanaf het begin actief deel aan de projectgroepen, zodat we de gemeente en zorgaanbieders kunnen adviseren. Ook zij erkennen het belang van een zorgvuldige overgang voor cliënten.

 

Dit zijn volgens ons de voorwaarden voor een zorgvuldige overdracht.

 

1. Cliënt heeft zeggenschap over overdrachtsproces

De hulpverlener geeft de cliënt de gelegenheid om zelf mee te denken over het moment en de vorm van de overdrachtsgesprekken. Wanneer starten we met de overdracht, hoe vaak is het nodig om samen met de huidige en nieuwe hulpverlener bij elkaar te komen? Moet er nog iemand anders (mantelzorger of vertrouwenspersoon) aanwezig zijn? Die kan de client dan helpen om aan de verandering te wennen. Moeten er afspraken op papier gezet worden? Wat is voor deze cliënt nodig om zich gerust te voelen?

 

2. Timing afstemmen

Soms heeft een cliënt wat tijd nodig om naar de verandering toe te groeien en zich er samen met de begeleider of vertrouwenspersoon op voor te bereiden. Maak eerst een keer kennis met de nieuwe hulpverlener en plan daarna het eerste echte overdrachtsmoment. Als er voor een cliënt ook andere belangrijke gebeurtenissen plaatsvinden die ontregelend zijn, plan de zorgoverdracht dan niet in dezelfde periode.

 

3. Een goede match

Er zijn soms situaties waarin de cliënt zich (ook na een korte gewenningsperiode) niet prettig voelt bij de nieuwe hulpverlener. Misschien durft de cliënt dit pas na verloop van tijd aan te geven. Het is belangrijk dat de cliënt weet dat als er voor hem/haar geen goede match met de hulpverlener is, zij/hij dit kan aangeven en kan vragen om een andere hulpverlener.

 

4. Dossieroverdracht

Maak de dossieroverdracht onderdeel van het overdrachtsproces, dus in onderling overleg met de cliënt. Wat mag er op papier worden overgedragen aan de nieuwe zorgverlener? Misschien is dit ook een moment om het dossier te aan te vullen en te actualiseren.

 

Het artikel loopt na de foto (Pixabay.com) door.

verdrietig meisje aan tafel.jpg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Tijd en ruimte nodig voor de overdracht

Ouariachi benadrukt dat de gemeente de bestaande aanbieders en de nieuwe buurtteams de ruimte moet geven voor een zorgvuldige overdracht. “Feitelijk heb je hiervoor tijdelijk een dubbele bezetting nodig. En dat vereist tijd en extra financiële middelen.

 

Onze aanbeveling is dat het management van de zorgorganisaties de inzichten van de hulpverleners volgt en de planning van de overdracht afstemt op hun aanwijzingen. Waar de ene cliënt twee of drie gesprekken nodig heeft, heeft de andere meer overgangsmomenten nodig. Weer een ander zal misschien voorlopig bij de oude hulpverlener moeten blijven, omdat de ontregeling anders te groot is.”

 

Fatima3web.jpgMeer informatie

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Fatima Ouariachi (beleidsmedewerker Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en stadsdeel Oost) op 06 13 76 41 40 of via f.ouariachi@clientenbelangamsterdam.nl

 

 

Terug naar het nieuwsoverzicht »

Gesprek laden

Deel dit artikel

 

 

 

Om welke cliënten gaat het?

De cliënten die ambulante ondersteuning ontvangen, hebben meestal langdurig en regelmatig contact met een hulpverlener die hen helpt bij het zelfstandig wonen.

 

Het gaat om mensen met een licht verstandelijke beperking, psychische problemen, dementie, niet aangeboren hersenletsel, of zintuigelijke of fysieke beperkingen.  Ook mensen die dagbesteding hebben, kunnen met een verandering te maken krijgen. Daarover zullen we na de zomer meer informatie geven. 

 

Update 6 april
Uitstel door coronacrisis

Nu de coronacrisis grote effecten heeft op de ondersteuning aan cliënten, heeft het College van B&W besloten om de veranderingen in de zorg enkele maanden uit te stellen. Ze erkent dat dit voor veel cliënten een zorgelijke tijd is en dat zorgorganisaties tijd nodig hebben om de crisis op te vangen.