Helpen met heel je hart

Wat als je als kind voor je ouders zorgt in plaats van zij voor jou? Jonge mantelzorgers en met name kinderen van ouders met psychische problemen (KOPP) verdienen volgens Malène van Cliëntenbelang Amsterdam veel meer aandacht. “We moeten echt iets met de groep die niet opvalt, maar wel opgroeit in een gezin met een psychisch zieke ouder. Kinderen die geen probleemgedrag vertonen worden niet gezien als hulpvrager. Maar vaak lopen zij later vast en krijgen ze allerlei psychische en fysieke klachten. En komen ze als volwassene in de GGz terecht.”
Malene Duijst

Kennis vergroten en taboe doorbreken

Malène is binnen Cliëntenbelang Amsterdam coördinator van het Platform Mantelzorg Amsterdam (PMA). Een belangrijk speerpunt van PMA is dit jaar de aandacht voor KOPP: de minderjarige kinderen van een ouder met een psychisch probleem. “Het is belangrijk voor een kind om te weten wat de ziekte inhoudt en waarom een zieke ouder doet zoals hij doet. Daarnaast is er veel winst te behalen door op school voorlichting te geven over geestelijke gezondheid.

 

Het moet steeds gewoner worden om daarover te praten. Op een of andere manier is het makkelijker het erover te hebben als iemand een been breekt en gehandicapt raakt, dan als iemand een psychose krijgt. Het is belangrijk om dat taboe te doorbreken en je niet hoeft te schamen als iemand in je gezin een psychische stoornis heeft. Scholen, de overheid, GGD en huisartsen hebben daarin allemaal een belangrijke rol.

 

Vertrouwen en ondersteuning

Wat kinderen verder helpt is dat er mensen in hun omgeving zijn waar ze kind kunnen zijn. Mensen die ze vertrouwen. Maar ook dat ouders worden ondersteund om hun opvoedingstaken te kunnen vervullen. Kun je je voorstellen hoe lastig het is als de moeder in een gezin ziek wordt en de werkende vader de eerste mantelzorger is? Hoe moet hij dan ook nog goed voor zijn kinderen zorgen?”

 

Eigen ervaring

Het onderwerp gaat Malène aan het hart, ook omdat ze zelf KOPP-kind is. “Ik heb een psychisch zieke moeder met behoorlijk veel stemmingswisselingen. We hadden 6 kinderen thuis, waarvan ik de oudste ben. Mijn moeder lag vaak depressief op bed, dus ik was verantwoordelijk voor het huishouden. De druk werd groter toen ik ook de zorg voor mijn jongste broertje en zusje (ik was 11 en 13 jaar toen die werden geboren) op me moest nemen.  Op mijn 17e ben ik weggelopen, omdat mijn moeder steeds vaker agressief werd.

 

Ik kreeg toen steeds meer onverklaarbare klachten zoals vermoeidheid, hoofdpijn, angst en concentratieproblemen. Ik deed het niet goed op de middelbare school en werd er uiteindelijk van af gestuurd. De huisarts, psycholoog, school.. niemand wist wat er met me aan de hand was. Dat heb ik heel lang niet geweten totdat iemand me tipte om eens te onderzoeken of mijn klachten te maken hadden met de situatie uit mijn jeugd. Pas toen ik een jaar of 50 was, hoorde ik voor het eerst over KOPP-kinderen en begreep ik dat ik er zelf één was.”

 

KOPP-kinderen bekendheid geven

De missie van het PMA is om zoveel mogelijk bekendheid te geven aan KOPP-kinderen. “We willen de gemeente, professionals en het sociale netwerk rondom een gezin bereiken. Daarnaast willen we vanuit het PMA het gemeentelijk beleid beïnvloeden en de situatie van kinderen verbeteren.  Met ervaringsverhalen, signalen van huidige KOPP jongvolwassenen en natuurlijk onderzoeken, zoals die van het Trimbos instituut.”